DZC '68DZC'68Algemeen › Prettig Sportklimaat

Positief Coachen

Sporters presteren het beste als ze plezier en zelfvertrouwen hebben. Dat lijkt heel vanzelfsprekend, maar dat is het in de praktijk kennelijk niet. Want kijk eens om je heen hoe trainers en coaches en ook ouders van jeugdige sporters te werk gaan. Ze leggen voortdurend de nadruk op wat er niet goed gaat, want ze willen winnen. En dan moet je dat wat niet goed gaat zien te verbeteren.
Klinkt logisch, toch?

Bij DZC’68 onderschrijven we wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaringen van topcoaches die aangeven dat je veel meer bereikt als spelers uitzien naar trainingen en wedstrijden, omdat ze daar plezier hebben. En als ze met zelfvertrouwen spelen, zodat ze fouten durven maken en daarvan leren. Daarom proberen we onze vrijwilligers, spelers en ouders daarvan bewust te maken.

Op de website van de Stichting Positief Coachen is meer informatie te vinden.

Werkgroep
Binnen DZC’68 is de werkgroep Positief Coachen actief bezig om dit onderwerp binnen de vereniging meer bekendheid te geven. Zo zijn er reclameborden en trainingspakken, heeft de werkgroep tijdens de presentatiedag in 2012 haar kick-off gegeven met het aanbieden van een Positief-Coachen-bord en hebben de jeugdleden allemaal bandjes met de tekst Positief Coachen ontvangen.

Heb je interesse om je bij ons aan te sluiten, mail dan met vrijw.com@dzc68.nl

Tien tools voor Positief Coachen
De Stichting Positief Coachen onderscheidt tien verschillende tools die een coach kan gebruiken. Hieronder staan ze weergegeven. Tijdens bijeenkomsten en workshops binnen DZC wordt met coaches gesproken hoe zij met deze tools om kunnen gaan.

1. Kijk vooral naar wat er wél goed gaat en beschouw de goede dingen niet als vanzelfsprekend, maar benoem ze expliciet: vul de ‘emo-tank’ van je spelers door véél complimenten te geven, eerlijk en concreet.

2. Praat bij een wedstrijd niet over de gevolgen van wat je spelers moeten gaan doen -doelpunten maken, winnen, kampioen worden-, maar over wat zij zelf moeten doen: hun uiterste best, leren, vooruitgaan, etcetera. Dus: wees ‘taakgericht’ in plaats van resultaatgericht.

3.‘Beloon inspanning’ in plaats van resultaat -bijvoorbeeld hard werken in plaats van doelpunten- en zorg dat de beloning symbolisch is. En bedenk ‘stretchdoelstellingen’, dat zijn doelstellingen die iets verder gaan dan wat je spelers al kunnen, maar toch haalbaar zijn. Als het even kan: meetbaar!

4. Bedenk een ‘foutenritueel’ voor jouw team of groep, zodat je symbolisch duidelijk maakt dat het bij jou oké is om fouten te maken. Want daar leren je spelers van en dus gaan ze beter spelen!.

5. Maak een ‘positieve-punten-kaart’. Schrijf de namen van de spelers van jouw team op en noteer tijdens de wedstrijd bij iedere naam drie positieve punten (en je weet: eerlijk en concreet!). Dit dwingt je om vooral te kijken naar wat er wél goed gaat. En geeft je de kans om bij de nabespreking over iedereen iets positiefs te zeggen, ook de spelers die niet zo opvallen.

6. Stel een ‘cultuurbewaker’ aan binnen de groep ouders van jouw spelers, die langs de lijn de andere vaders en moeders kan aanspreken op hun gedrag en zorgt dat ook de supporters vooral positief zijn (juist ook als het spannend is of het niet zo goed gaat!).

7. Breng kritiek zoveel mogelijk in deze vorm: geef een constructieve aanwijzing (lees: vertel niet wat er niet goed ging maar wat de speler de volgende keer beter kan doen) en geef als het even kan zowel daarvoor als daarna positieve impulsen. De ‘kritiek-sandwich’! Gebruik daarbij de ‘als-dan-redenatie’, zodat je eigenlijk gedwongen wordt om de kritiek constructief te brengen én niet vergeet om te vertellen wat het gevolg is zodat de acceptatie hoger is.

8. Roep een irritante speler uit tot ‘speler van de dag’: negeer zijn of haar slechte gedrag volledig (zolang er tenminste geen gevaar dreigt voor hemzelf of zijn omgeving) en zodra je iets goeds ziet, hoe klein ook, zeg je dat onmiddellijk.

9. Achterhaal de ‘drijfveren’ van je spelers: ga individueel met ze in gesprek over wat ze leuk vinden aan voetbal en waarom ze bijvoorbeeld naar de wedstrijden komen, en pas jouw communicatie met je spelers daar op aan.

10. Stel vaak ‘open vragen’ (zoals: ‘Wat zou je de volgende keer anders kunnen doen?’). En oh ja, als je kritiek moet geven: vermijd ongeschikte momenten (zoals vlak na een verloren wedstrijd), geef individuele kritiek altijd onder vier ogen (zet een speler dus niet te kakken in de groep) en vraag toestemming (als de speler er op dat moment niet open voor staat, wacht dan tot een andere gelegenheid, want het heeft dan toch geen zin).